Na de euforie een diepe dip

Lieve lezers, sorry dat ik jullie zo kort na mijn vorige post alweer lastig val… maar er is iets gebeurd waar ik behoorlijk van ondersteboven ben. Nadat ik gestopt was met het vrijwilligerswerk bij de NVA heb ik een poging gewaagd om ‘iets’ nieuws te doen in mijn directe woonomgeving. Dat vond ik als lid van een communicatieteam van resp. een lokale dorpswebsite en een website van een duurzaamheidsclub hier. In beide omgevingen deed ik dat door het houden van interviews. Voor die duurzaamheidsclub was ik daarnaast ingeschakeld voor het publieksvriendelijk schrijven van de vrij technisch georiënteerde bijdragen over duurzaamheidsprojecten en -maatregelen in brede zin.

Nieuwe website vullen

Samen met een websiteontwikkelaar vulde ik een nieuw te lanceren website die midden volgende week gelanceerd wordt. Daarvoor moeten oude teksten naar de nieuwe website getransporteerd worden, waarbij ik ook zou zorgdragen voor publieksvriendelijke formuleringen. Een grote klus met een harde deadline (nl. 21 maart a.s.). Omdat die websites niet identiek vormgegeven zijn, ook qua structuur moesten er ook beslissingen worden genomen over de juiste/best passende plek voor bepaalde teksten.

Ontslagen

En bij die duurzaamheidsclub (van de nieuwe website dus) ben ik op mijn 76e jaar ‘ontslagen’. Het is voor mij volkomen onnavolgbaar wat ik in vredesnaam voor verschrikkelijks heb gedaan waardoor mijn directe ‘collega’ heeft aangegeven niet meer met mij door één deur te kunnen.

Het enige dat ik kan bedenken is dat hij er niet van gediend was dat ik zo nu en dan mijn ‘gram’ haalde als ik mij in mijn taak gepasseerd voelde. Dat gebeurde nogal eens door andere leden van die club die zonder mij daarin te kennen hun technische en vaak ongezellig leesbare teksten op de lokale website plaatsten of gewoon een ‘betere tekst’ verzonnen voor mijn concepten die ik in principe altijd via het bestuur aan de overige leden voorlegde.

Onuitgesproken verwachtingen

Iets anders gebeurde aan het begin van mijn loopbaan bij deze club. Toen ik werd ‘binnen gehaald’ kreeg ik de indruk/verwachting dat ik in relatieve vrijheid op de nieuw in te richten (maar wel al gebouwde en grotendeels gestructureerde) website mijn teksten en interviews kon loslaten. Uiteraard op geleide van de inhoud die door de werkgroep werd bepaald. Bij het eerste contact met de bouwer van die website werd mij duidelijk gemaakt dat ik niet meer mocht dan teksten aanleveren die vervolgens door de websitebeheerder werden vorm gegeven en geplaatst. Dat betekende voor mij dat ik niet meer mocht dan ruwe teksten aanleveren. Ik diende mij te beperken tot ‘nieuwsberichten’; van pagina’s moest ik afblijven. Dat werd mij toen niet uitgelegd, het was gewoon zo.

Teksten maken en testen

Mijn ervaring (bij mijn maar ook andere websites) is dat ik een artikel eerst in concept plaats en aan de hand van de ‘voorbeeldweergave’ pas echt kan zien of ik tevreden ben. Nu moest ik dus werken met ‘halffabricaten’ wat ik erg vervelend vind. In het begin leverde dat een conflict op met de websitebeheerder. Maar al werkende leerde ik deze mevrouw beter kennen, begreep ik ook haar argumenten om mij op afstand van de vormgeving te houden en raakten we heel goed op elkaar ingespeeld. Kou uit de lucht, zou je denken. Deze week hebben we in de werkgroep een voorpublicatie van de website gepresenteerd en ik voelde me samen met haar heel tevreden en trots op ‘ons’ product.

Structuur werkgroep = structuur website

Toen dat ge-passeer met die teksten maar doorging en er bovendien door mijn toedoen een conflict binnen de werkgroep op scherp werd gezet, kreeg ik het aan de stok met iemand van het bestuur van de werkgroep. Om teksten op de juiste plek binnen de website te kunnen plaatsen, vond ik het noodzakelijk om de structuur binnen de werkgroep scherp te krijgen. Ik gaf daarbij aan dat ik deze structuur één op één op de website wilde laten terugkomen. Niet zo’n gekke gedachte toch? Ik kan niet teveel in details treden hierover, maar het kwam erop neer dat over de positie van een bepaalde groep vrijwilligers binnen de werkgroep geen eensluidende opvattingen bestonden. Hoewel mijn directe collega en ik dit probleem, samen met een ‘oudgediende’ binnen de werkgroep hebben besproken en onze oplossing vervolgens met de websitebeheerder hadden doorgenomen, zijn deze gedeelten op een bepaalde plek ondergebracht. Daarvoor moest er iets aan de structuur van de website worden aangepast. Omdat ik van zuivere communicatie houd, heb ik deze oplossing keurig aan de andere werkgroepleden meegedeeld.

Onduidelijke positie

Vervolgens werd ik met opgestoken veren door een bestuurslid opgebeld met de mededeling dat dit zo niet kan zonder het bestuur hierin te betrekken. Oef. Ik stond op het punt te vertrekken naar een interview dus had geen tijd, maar bovendien geen zin in dit geruzie. Dus verwees ik hem naar mijn collega-communicatieman. Die werkt per slot van rekening al ruim 5 jaar bij deze club. Maar die had hem al naar mij verwezen… Daarna heb ik van beide mannen zelf niets meer gehoord.

Conflicthantering

Kort daarna was er een vergadering met een wat kleinere projectgroep binnen dit geheel. Daar hebben zowel mijn communicatie-collega als ik onze gram gespuid over de houding van die bestuurder. Zo willen wij niet bejegend worden. Daarover waren wij het eens. Dit ongenoegen werd opgepikt door een van de andere leden van de werkgroep (laten wij hem even K noemen) en later ingebracht tijdens de demonstratie van de bijna laatste versie van de website. Dit laatste gebeurde tijdens een vergadering van de koepelorganisatie een dag later. Daar waren gedeeltelijk dezelfde mensen maar ook het bestuur van de werkgroep aanwezig.

Intussen had ik aan mijn collega-communicatieman laten weten dat ik het niet meer leuk vond om binnen de grote werkgroep te blijven werken. Ik vond dat wel zo netjes. Ook heb ik daarbij aangegeven dat ik wel dingen wilde blijven doen voor het kleinere project (waarvan dus die middagvergadering was). Ook heb ik hem aangegeven dat ik zelf het moment wilde kiezen waarop ik dit met de groep zou delen. Hij heeft daarop gereageerd met ‘duidelijk’. Niet veel meer dan dat.

Open kaart?

Het ongenoegen over de houding van het bestuurslid werd dus later bij de vergadering van de grotere werkgroep aangekaart door de heer K. Toen werd gevraagd of wij deze gang van zaken en ons ongenoegen wilden toelichten, bleef mijn collega stil en heb ik die handschoen opgepakt. Tijdens de discussie die toen ontstond, liep mij communicatie-collega naar buiten en kwam de eerste 10 minuten niet meer terug. Mijn klomp brak. Nu werd het hele verhaal op de relatie tussen die bestuurder en mij geconcentreerd. Dat vond ik buitengewoon lomp en dat heb ik ook gezegd. Na afloop vertrok mijn ‘collega’ als een speer terwijl wij allemaal met de fiets dezelfde kant uit moesten.

Beslissing

Goed. Dat was de druppel. Ik heb toen de dag erna besloten dat ik per 1 april aanstaande zou stoppen met mijn werkzaamheden voor deze club. Wel bood ik aan om de afronding van de website nog af te maken want ik wilde de websitebeheerder en deze werkgroep niet zomaar in de steek laten. Dat besluit heb ik met een uitvoerige toelichting gemotiveerd. Ook heb ik daarin mijn frustratie over het weglopen van mijn directe collega vermeld. Deze motivering heb ik naar alle aanwezigen van de vergadering gestuurd omdat zij allemaal getuige waren van wat er gebeurd is.

Laten vallen als een baksteen

Ik kreeg daarop één vriendelijke reactie, en die kwam weer van de heer K. Hij vroeg of ik dan nog wel wilde blijven om werkzaamheden voor het deelproject binnen dat geheel te doen. Hij waardeerde mijn aandeel en vond de samenwerking plezierig verlopen. Dat wilde ik wel. Hij zou contact opnemen met de voorzitter van dat project.

Die man kwam gister bij mij thuis. Ik zat er klaar met de koffie met de verwachting dat ik welkom was bij dat project en hoe we dat verder vorm zouden kunnen geven. Wie schetst mijn verbazing toen mij werd verteld dat de ‘animositeit’ tussen de andere communicatieman en mij te groot is om samen verder te gaan. Ik moest daar dus mijn conclusies maar uit trekken. Dat heb ik gedaan en heb met onmiddellijke ingang mijn betrokkenheid opgezegd. Binnen het uur was ik afgesloten van de website en uit de groepsapp gegooid.

Elkaar de hand boven het hoofd houden?

Het enige dat ik kan verklaren is dat ze er niet tegen kunnen dat ik open kaart speel, lastige vragen stel maar daarna wel de harmonie zoek, maar we zijn toch grote mensen? Nee, het zijn allemaal ‘mannetjes’ die voor een deel al heel lang in dit dorp wonen en hun eigen positie hebben ingenomen. Allemaal – op één na – zijn ze erg bang om hun plekje te verliezen maar ze willen ook voor elkaar niet onder doen en houden elkaar allemaal in bescherming. Ik ben gewoon te confronterend, denk ik. Zo ben ik, dat is mijn kracht maar ook mijn valkuil. Dat blijkt maar weer.

Autisme

Wie is hier nou autistisch? Toen ik daar begon hebben enkele werkgroepleden mij ‘gegoogled’ en gevonden dat ik actief was voor de NVA. Zij wisten dus van mijn autisme. We hebben het er ook over gehad en beide mannen met wie dat aan de orde kwam, hebben familieleden met autisme.

En nu?

Na een nacht letterlijk wakker liggen en de hele tijd koud en rillerig rondlopen besloot ik het hele verhaal maar uit te schrijven. Wel een groot contrast met mijn vorige blog. Maar wat ik me heel goed realiseer, is dat ik nu mijn grootste vriend heel erg nodig heb: mezelf, mijn eigen maatje. Daar houd ik me dus maar aan vast. Maar ik ben wel weer een illusie armer, dat wel.
Nu maar hopen dat ik welkom blijf bij de dorpswebsite, want de interviews die ik daar doe, vind ik heel leuk. Maar … ook daar zit ik samen met die communicatie-man in het redactieteam. En die man die het slechte nieuws bij mij kwam brengen is voorzitter van ‘dorpsbelangen’… Hoe dat zal gaan, weet ik niet. Mannen komen echt van een andere planeet, denk ik! Gelukkig is de eindredacteur van de dorpswebsite een vrouw.

Misschien moet ik opnieuw beginnen met leuke dingen zoeken, dingen doen waar ik blij van word.


Terug naar blogs