|

Ouder worden en autisme

“Eerst maar even boodschappen doen”, dacht ik toen ik vastliep met de voorbereiding van een vragenuurtje over autisme en ouder worden. En, terwijl ik door de sneeuwbagger liep en probeerde overeind te blijven realiseerde ik mij ook dat “mijn gedachten over elkaar heen tuimelen” en dat met het uitschrijven ervan, heel veel verloren gaat: “ik denk aanzienlijk sneller dan dat ik typ en bovendien zijn gedachten niet alleen gevuld met woorden maar ook met ervaringen, gevoelens, zijpaden, hoofdpaden en wat nog meer. Er gaat met het uitschrijven veel van de contextuele en meerdimensionale betekenis van de boodschap verloren…”. Hoe leg ik dat uit? Ik probeerde heel snel naar huis terug te lopen en te hopen dat ik niemand zou tegenkomen, want dan was ik weer uit mijn bubbel…

Overvliegende reacties

En nu de draad weer terugvinden. Ik bedacht al glibberende dat heel veel “reacties op mijn wel & wee eigenlijk over mij en mijn boodschap heen vliegen”: als ik vertel dat ik in een diepe put heb gezeten en daarom niets van me liet horen, is vaak de reactie: “fijn dat het nu weer over is”. Zoef, het klopt, maar dat treft geen doel en ik trek me dat nadat er enige tijd overheen gegaan is, altijd erg aan. Dat maakt eenzaam. Hoe kan ik dat beter aanpakken? Of is dat in het leven de normale gang van zaken? Wederkerigheid, zowel horizontaal (zoals in deze voorbeelden) als verticaal (erop ingaan, doorvragen), in reacties is toch het cement van relaties? Of zie ik dat verkeerd…

Maar, het kan ook over dingen gaan waar ik trots op ben, maar die niet worden opgepakt: toen ik vertelde dat mijn conceptartikel over camouflage positief werd ontvangen, kreeg ik als reactie “wat leuk voor je”. Vrijwel niemand die vroeg waar dit dan over ging en of ik er al iets over kon vertellen (ik noem dit verticale ‘belangstelling’). Dat is toch droog en dor? De eerlijkheid gebiedt: één vriendin vroeg of ik het haar t.z.t. wil opsturen. Tuurlijk!

Mismatch in de communicatie

Het zijn echte ervaringen, daar zijn veel meer voorbeelden van te noemen. Door een aantal mismatches tussen mijn behoefte en wat er gebeurde, gleed ik langzaam in een donker gat. Het alleen staan, het oud(er) worden, het missen van warme en betrokken gesprekken en het uitblijven van aansluiting van ‘het leven’ op mijn behoeften, maakt mij heel somber. Zo somber dat ik me voor een dubbelconsult bij de huisarts heb gemeld om eens te bespreken of ik de antidepressiva die ik eerder enige tijd heb gebruikt, weer op zou starten of anders. Ik zat echt diep en kon niet anders dan mezelf ermee confronteren dat ik niet in staat ben om de liefde te ervaren die er toch voldoende om mij heen is. En dat is een heel heftig gevoel. Maar daar ben ik nooit echt open over. Ik ervaar dat als falen en als een serieuze handicap. Ik ben verduiveld goed in camoufleren: zodra ik met een ander in contact kom breng ik mijn leuke ik weer in stelling.

Naar de huisarts: een trigger

Bij de huisarts heb ik mezelf ook voor een blok gezet: ik wil als vitale oudere overkomen en presenteer mezelf altijd als een goedgebekte, assertieve en slimme dame met humor. Dat heb ik bij het digitaal maken van de afspraak ook benoemd en gezegd dat achter die façade een soms heel droevige en eenzame mevrouw verstopt zit. Die afspraak moet nog komen, maar die aanpak is mij ook ingegeven doordat ik onlangs een artikel over ‘camouflage’ heb aangeboden aan het Autisme Magazine. Dat verschijnt medio maart; ik zal het t.z.t. hier wel publiceren. Dus: eigenlijk wel moedig. Maar het moet maar, ik vind het wel een stap in de goede richting! Zo zie je maar weer: het uitschrijven van je ‘dingen’ kan op zich al therapeutisch werken; maar therapie is niet altijd leuk!

Nu naar oud(er) worden met autisme

Ik heb er al eerder over geschreven, maar hier dan toch nog even een opstapje (dat kunnen wij oudjes immers goed gebruiken..).. Maar ik wil ook weer niet vooruitlopen op de presentatie die ik eigenlijk nu moet voorbereiden – deze komt later. Ik ga hier dus ook nog niet al mijn bejaardenkruit verschieten.

Nadat mijn zus overleed kwam bij mij een heel proces in de versnelling. Ondanks dat ik zelf ook al twee keer met ernstige ziekte geconfronteerd werd (gelukkig ben ik, voor zover ik weet, daarvan hersteld) drong onze sterfelijkheid en inbreuk op het ‘lieve eindeloze leventje’ zich aan mij op. De vanzelfsprekende aanwezigheid van een van de weinige warme ‘mensenmensen’ die ik heb gekend, kwam abrupt tot een einde. Zij was voor mij ook een rolmodel. Niet dat ik alles kritiekloos van haar overnam, in tegendeel, maar zij was altijd beschikbaar als ik behoefte had aan een praatje of een meer diepgaand gesprek over mijn & haar wel en wee. Die intensieve gesprekken mis ik enorm. Ik vind het heerlijk om te filosoferen over hoe anderen in elkaar zitten of kunnen zitten en hoe zij daarmee omgaan. Die mogelijkheid is vrijwel verdwenen.

Door dat gemis, realiseer ik mij dat dit hoort bij de ouderdom: verlieservaringen verwerken en integreren. Ik merk zoiets ook met vrienden die zelf ook geconfronteerd worden met fysieke achteruitgang of andere ‘life events’. Die kans neemt natuurlijk toe met het ouder worden. Minder aandacht dus voor de ontdekking en uitdagingen van het leven of, zoals je wilt, de rest van het leven. Doordat ik bovendien zelf naar een ander deel van ons land ben verhuisd, worden de contacten totaal anders. Het gaat niet meer over de voortgang en het delen van ‘dagelijkse beslommeringen’. Nee, het gaat (nu nog) voornamelijk via WhatsApp en gaat over de uitwisseling van gebeurtenissen. Zonder dat daar een soort vervolg aan zit, want daarvoor zie & beleef je elkaar te weinig. Ik merk dat ik dat eigenlijk te mager vind worden. Maar hoe beïnvloed je dat?

Terugkomend op het contact met de huisarts

Ik denk dat mijn autisme het lastig maakt om mijn zorgen, juiste vragen en problemen aan de huisarts over te dragen (alexithymie, interoceptie e.d.). Ik kan vaak geen verbinding ervaren met mijn lichaam en schiet dan (onbedoeld en misschien zelfs onbewust) in mijn camouflagegedrag. Dan laat ik slechts eens schim zien van wat mij echt bezighoudt. Maar to the point kom ik ook vaak niet. Daarom loop ik na afloop van het consult vaak weer naar huis met de angst of hij me geen zeurkous vindt en ik wil geen zeurkous gevonden worden. Meestal ga ik met een faalgevoel weer naar huis: ik heb ‘het’ weer niet goed overgebracht… En met het ouder worden, worden de klachten ook nog vager (zoals wisselende bloeddruk, valneigingen e.d.).
Veel van mijn klachten hangen ongetwijfeld samen met stress en slaapgebrek; en die stress hangt weer samen met mijn negatieve zelfbeeld en mijn onvermogen om hier in mijn huidige dorp aansluiting te vinden met gelijkgestemden. Door anderen wordt wel aangegeven dat dit probleem geldt voor iedereen die op late leeftijd verhuist; dat het op hoge leeftijd nieuwe contacten leggen op zich een beperking net zich meebrengt omdat ‘men’ zich al in het leven gesetteld heeft. Ik dacht dat ik dat met mijn sociale vaardigheden (ja, die heb ik genoeg – tot op zekere hoogte) geen probleem zou zijn. Ik spring gewoon in het avontuur.

De uitdaging van sociale contacten

Maar ja, die sociale contacten. Zodra daar iets ‘intuïtiefs’ van wordt verwacht, loopt het bij mij spaak. Dan weet ik het niet meer, ik mis de voelsprieten die anderen kennelijk wel hebben om aan te haken. Ik begin iets onrustigs te voelen en merk dat de gespreksstof bij mij niet meer aanslaat. Ik heb niet zoveel met verhalen over buren, kinderen, allerlei zaken en materiële activiteiten. Maar voel me er dan ook buiten staan.
Maar hoe plug ik mijn belangstelling binnen in een wereld die daar niet op zit te wachten? Ik ben ervan overtuigd dat deze confrontaties met het ouder worden toenemen. Is dit nu een van de illusies waarvan ik op mijn oude dag maar moet accepteren dat ik ze moet laten varen? Ik vind dat heel moeilijk…
Waar vind je (nog) aansluiting als juist dat ouder worden een rem zet op het aangaan van nieuwe contacten, hobby’s, activiteiten. Met mijn vrijwilligerswerk, waaraan ik ruim voldoende tijd geef, blijf ik steken achter een begin- en eindpunt van de bijdrage die ik daaraan lever (zoals teksten redigeren of maken). Maar daar kies ik weer zelf voor om geen continue druk te hoeven voelen voor verantwoordelijkheid. Dat heeft wel zijn prijs want je maakt dan niet echt deel uit van de groep waarbinnen je die klus klaart …

Zinvol bezig blijven

Daarover gesproken: het is wel een van mijn hobby’s om te schrijven en/of te redigeren. Dus meestal vind ik daar wel bevrediging in. Maar het is wel een solistische bezigheid. Na afloop van een interview gaat de deur weer dicht. Waar kan ik dan heen met mijn sociale behoeften? Ik schrijf ze op, bijvoorbeeld in deze blogs, maar ik zou het zo graag anders zien. Ik weet dat het een opening biedt als er gevraagd wordt waar iemand behoefte aan heeft. Die vraag stel ik nu ook aan mezelf.

Waar heb ik dan behoefte aan?

Ik heb een vriendin, met wie ik over deze gedachten geregeld contact heb, die zij ook heel serieus en met warme en goedbedoelde woorden beantwoordt (zij toont verticale belangstelling), dat ik het gewoon leuk zou vinden om eens met haar naar een stad te gaan voor de gezelligheid (zij woont in de Randstad). Een dagje uit, dus.
Maar, nóg leuker zou ik het vinden als zij (of andere vrienden van vroeger uit de Randstad) zou vragen wanneer ik eens kom logeren om in onze ‘oude’ stad eens rond te kuieren, een concert of film te gaan of wat dan ook. Dat is nog nooit gebeurd in de tijd (ruim 10 jaar) dat ik in Drenthe woon. Dat is toch merkwaardig? Of niet. Ik nodig mezelf wel eens uit, maar moet daarvoor wel een drempel slechten.
Iets vergelijkbaars geldt voor mijn contacten in de omgeving. Dus heb ik mijn vriendin hier weer eens uitgenodigd om te komen eten. Dan zal ik ook voorstellen om weer eens een dagje Groningen te doen, of museum in Assen ofzo. Gewoon iets leuks doen. Het hoeft voor mij echt niet altijd zo zwaarwegend te zijn!
Zo heb ik nog wel meer vriendinnen met wie ik vaker iets kan ondernemen; maar ik moet dat dan wel in gang zetten (en daar zou ik me eigenlijk meer voor moeten inspannen…).
En ik zou vaker activiteiten in het dorp en omgeving kunnen ondernemen. Er gebeurt genoeg, er is maandelijks een film waar ik heen kan en anderen ontmoeten. De paar keer dat ik dat gedaan heb, was leuk. Doorzetten dus.

En nu?

En laat ik, vanaf de dag dat ik die afspraak met de huisarts heb gemaakt, nu een betere stemming hebben én al 3 nachten redelijk slapen! Ik ga er wel heen hoor, maar dan breng ik het gesprek op dit proces. En mijn behoefte aan ondersteuning (misschien verwijzing naar een hypnotherapeut om mijn persoonlijke muizenissen te leren beteugelen)? Voordat ik 80 word, wil ik hier beter mee leren omgaan; maar het blijft topsport!


Terug naar blogs

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *